Vaccinatie

Voor een optimale bescherming is een jaarlijkse herhaling van de vaccinaties noodzakelijk.
Vergeet uw vaccinatieboekje niet zodat wij alle gegevens kunnen invullen en u volgend jaar een herinnering kunnen sturen.

Aandoeningen waarvoor gevaccineerd wordt:


Kattenziekte (feliene panleukopenie)
Het parvovirus veroorzaakt bij de kat een ernstige maag-, darmontsteking en kan ook het beendermerg en lymfeknopen aantasten. Bij jonge kittens komt vaak sterfte voor. Een goed vaccinatieschema is dan ook absoluut noodzakelijk.

De meest voorkomende symptomen zijn: koorts, braken, diarree, uitdroging en een sterk verminderde afweer tegenover andere ziektekiemen.

Kattenniesziekte (“kattengriep”)
Bij deze aandoening zijn er meerdere ziekteverwekkers betrokken (herpesvirus, calicivirus en vaak een secundaire bacteriële infectie). De symptomen zijn sterk afhankelijk van de leeftijd en de infectiedruk.

Symptomen: koorts, verminderde eetlust, niezen, neusvloei, lopende oogjes, zweertjes (ulcers) in de mond en keelstreek met slikmoeilijkheden tot gevolg.

Kattenleucose (kattenleukemie)

Dit virus komt vnl. voor bij wilde of zwerfkatten. Er is intens contact nodig om het virus over te dragen (o.a. bijtwonde, speekseloverdracht, dekking). Na infectie kunnen de katten nog lange tijd gezond zijn alvorens ze symptomen gaan vertonen. Tijdens die periode vormen ze dus een groot gevaar voor andere soortgenoten.

Symptomen zijn zeer variabel en berusten voornamelijk op het falen van het afweersysteem. Diarree, koorts, bloedarmoede, voortplantingsstoornissen, maar ook tumoren worden frequent gezien.

Rabiës (hondsdolheid)
Hondsdolheid is een virale ziekte die over de ganse wereld voorkomt en die zowel bij mens als dier meestal de dood tot gevolg heeft. Rabiës wordt overgedragen door een beet van een besmet dier en veroorzaakt een hersenaantasting die gepaard gaat met gedragsveranderingen (agressie) en andere zenuwsymptomen. Ten zuiden van Samber en Maas is de vaccinatie voor Rabiës verplicht. Ook voor buitenlandse reizen geldt deze verplichting.

Symptomen: plotse gedragsverandering (van depressief tot agressief gedrag), slikmoeilijkheden, overvloedig speekselen, verlammingsverschijnselen.

Algemeen vaccinatieschema

Bij de geboorte zijn de kittens beschermd door de antistoffen die ze van de moeder hebben gekregen. Deze maternale antistoffen dalen vrij snel, met als gevolg dat een kitten gevaccineerd moet worden om tijdig eigen antistoffen aan te maken.khuisd_kat_vaccinatieVoor kittens die vaak in contact komen met andere katten (cattery, buitenhuiskat) of op plaatsen waar er zich eerder al problemen hebben voorgedaan met parvo of niesziekte wordt aangeraden een eerste vaccin te geven op 7 weken. Dit wordt herhaald op 9 en op 12 weken. Nadien wordt jaarlijks gehervaccineerd.

Vaccinatie voor het leukemievirus

Wordt aangeraden wanneer de kat in contact komt zwerfkatten. Het vaccin kan worden toegediend vanaf 8 weken en dient herhaald te worden na 3-4 weken. Nadien wordt jaarlijks gevaccineerd. Aangeraden wordt om niet te kweken met katten die positief testen voor leukemie en eveneens contact te vermijden met positieve katten.